Bali
Op 27 april was het dan eindelijk zover. De dag dat we naar Bali zouden vertrekken was eindelijk aangebroken na weken wachten en dagen illegaal kamperen in Darwin! Rond 17.30 werden we verwacht op het vliegveld om in te checken. Na afscheid te hebben genomen van Lucy, onze auto, vertrokken we opgetogen. De vlucht, 3.5 uur, ging heel snel en al snel zetten wij onze eerste stappen op het tropische Bali! We werden verwelkomd door tientallen Indonesische mannen die elk zo hard mogelijk TAXI TAXI probeerden te schreeuwen, maar gelukkig viel ons oog al snel op het bordje met onze namen. Deze aardige man die zelfs wat woorden Nederlands kon zou ons meenemen op een tochtje van een paar kilometer welke toch 1 uur zou duren vanwege het erg drukke verkeer op Bali.
Het eerste wat ons toch wel opviel aan Bali was de klap die je kreeg toen je naar buiten ging, het was alsof je in een broeierige plantenkas stapte, maar gelukkig konden we er allebei aan wennen. Toen de chauffeur het busje startte keken wij elkaar even vertwijfeld aan, deze klonk namelijk alsof hij zijn beste tijd al gehad had. Krakend en piepend reden we het parkeerterrein af om ons te gaan aansluiten op een ellenlange rij van scooters, motors, auto's, busjes en vrachtwagens die zich allemaal al toeterend en schreeuwend door de kleinste openingen heen probeerden te wurmen. Dit was een voorproefje van het Balinese verkeer. Eenmaal op de hoofdweg hadden we namelijk heel wat om naar te kijken. We kwamen al gauw tot de conclusie dat er blijkbaar geen regels in het verkeer zijn, mensen reden gerust op het midden van de tweebaansweg, haalden van links en rechts in, parkeerden midden op de weg en leken bij elke beweging te toeteren; kortom een gekkenhuis! Na zo'n dertig minuten rijden kwamen we in een wat rustiger gedeelte en vroegen we de chauffeur of we ergens wat konden eten. Hij stopte bij een Warung(een eetstalletje naast de weg) en we kregen daar de lekkerste Nasi Goreng(sorry Paps!) die wij ooit gehad hadden. En dat voor 6.000 roepia, een luttele 50 eurocent.
Menig persoon zou de neus ophalen voor het eten wat hier word bereid, aangezien het kleine krakkemikkige stalletje er alles behalve hygiënisch uitzag(borden werden nog even snel met een vieze theedoek vrijgemaakt voor allerlei kruipende insecten). Een aantal andere gerechten die je kon bestellen waren tentoongesteld in een glazen kastje die al de hele dag in de zon had gestaan.
Maar met een volle maag kwamen wij aan bij ons eerste slaapadres, een Homestay gerund door een Nederlands stel die anderhalf jaar geleden naar Bali zijn geëmigreerd. Na gezellig nog wat even met ze hebben gekletst gingen we die avond moe en nieuwsgierig naar de volgende dag in ons prachtige hemelbed slapen.
De volgende ochtend bleek dat we vlak achter rijstvelden hadden geslapen. Helaas moesten we even wachten op het rijbewijs en de scooter dus gingen we te voet het centrum ontdekken. Het bleek dat het 's avonds niet minder levendig is dan overdag. Overal druk verkeer, eetstalletjes, winkeltjes en mensen. Wat ons vooral opviel is dat bij elke ingang(huis, winkel of midden op de straat) kleine, van bananenbladeren gemaakte, rieten mandjes lagen. Gevuld met bloemen, rijst, wierook, snoepjes en zelfs sigaretten bleken dit offers te zijn om de kwade geesten buiten te houden.
De straten zijn al gevuld met allerlei geuren door elkaar(uitlaatgassen, eten, wierook) en 's avonds kwamen we erachter dat ze massaal alle resten van de offers gingen verbranden en hing er over het hele eiland een dikke rookwalm.
Uren later kwamen we weer aan op de Homestay(wandelen is niet aangeraden op de krakkemikkige en doorgezakte stoepen in Bali), helemaal uitgeput door al die nieuwe indrukken. Ook die avond aten we bij een Warung, waar we de lekkerste Foe Yung Hay(?) hebben gegeten met als achtergronddecor een smal druk achterstraatje waar uit de tempel gezongen gebeden klonken. Tja dit was niet echt onze favoriete muziek, want het klonk meer als een bezwerende stem die klonk alsof hij doodsverwensingen uitsprak die al gauw overging in klagend kattengejank. We beseften al gauw dat we echt ver van de Westerse wereld af waren.
De volgende dag zou Annelies opgehaald worden door een Balinees om naar het Politiebureau te gaan. Er was namelijk een internationaal scooterrijbewijs nodig, maar voor 350.000 roepia kon dat wel afgekocht worden. Achterop de scooter, slingerend door het verkeer kwam ze gelukkig veilig aan op het overvolle politiebureau waar wel honderd scooters waren gestald. Ze werd meegenomen naar een kantoortje met twee vervallen bureautjes, plastic stoelen en een dossierkast die uitpuilde. Samen met een politieagente die naar haar idee de hele dag vulde met het kletsen met collega's moest ze wat formulieren invullen. Dit ging nogal moeilijk want de vrouw in kwestie kon geen woord Engels. Na alle persoonlijke informatie te hebben ingevuld nam de agente de pen over om voor mij de goede antwoorden in te vullen voor het examen! Ondertussen liepen er allerlei mensen in en uit met bonnetjes en papieren, maar uiteindelijk mocht ze met de Balinees mee naar een soort klaslokaal. Hier waren allemaal Balinese jongeren het officiële examen aan het maken. De examinator keek niet eens naar het examen en zette een stempel op het dossier. Hierna moest ze naar een drietal bali's waar ze elke keer werd omgeroepen om het dossier weer op te halen en bij de volgende bali moest afleveren. Die rare Nederlandse naam stak wel af bij al die Balinezen! Bij de laatste bali werd gauw een foto gemaakt en vulde een man de gegevens in in een computer. Hij had nogal moeite om de lange naam van Annelies goed in de computer te krijgen en na wat gebarentaal lukte dit uiteindelijk toch! In totaal zo'n 2.5 later stond Annelies weer buiten met haar Indonesische rijbewijs!
Eenmaal terug op de Homestay stond de scooter al klaar en konden we eindelijk aan onze rondreis beginnen! We hebben gelijk uitgecheckt en zijn op pad gegaan. Annelies was erg blij dat zij nu eindelijk mocht rijden en het viel haar hartstikke mee om in het chaotische Balinese verkeer te rijden. Al snel zat ze relaxt en met een snelheidje van 70 km per uur op de scooter. Die dag reden we naar het Noordwestelijk gelegen Permuteran en werden we onderweg door werkelijk elke balinees die we zagen begroet door een vriendelijke lach en een enthousiast zwaaien. Of we zien er gewoon heel gek uit voor hun of ze zijn allemaal heel erg aardig. Waarschijnlijk allebei.
We konden niet erg veel stoppen onderweg, want het was een aardige rit. Het eiland mag dan wel klein zijn, maar door het chaotische verkeer, het slechte wegdek of het gebrek aan bewegwijzering word het toch wel lastig gemaakt. De route voerde ons langs binnenwegen waar weinig touristen kwamen, ze staarden ons met open mond aan of stoten gauw hun vrienden aan om deze rare westerlingen eens te bekijken, met een grote lach op het gezicht. We voelden ons helemaal welkom!
Net voor zonsondergang kwamen we aan bij ons resort. Bij het boeken van de overnachtingen hadden we de stoute schoenen aan en verlekkerd door die lage prijzen hadden we voor die nacht een resort geboekt. Alsof wij goden waren werden we verwelkomd, tassen werden gedragen en we werden geëscorteerd naar onze ruime prachtige kamer waar er verse bloemen op het bed waren gelegd. Ook was er een heerlijke badkamer die zich in de openlucht bevond! Die avond hebben we heerlijk gegeten, zo'n 5 meter van het strand af met een Balinese dansvoorstelling om naar te kijken. Helaas stond de muziek wat te hard en bestaat de Balinese muziek vooral uit hele harde geluiden(zoals het heel hard slaan op een grote schelle gong). Dezelfde klanken alsof je een kleuter met een pollepel op potten en pannen loslaat. Maar het was wel indrukwekkend om te zien, want de dansen zijn heel gedecideerd in prachtige kostuums.
Na een heerlijk ontbijt was het tijd om te gaan. We hadden gelezen dat je het beste kon snorkelen op Menjangan Island, wat vlakbij Permuteran lag. We reden naar de pier waar al gauw allerlei mannetjes op je af kwamen om je een tour te verkopen! Voor een leuk prijsje mochten we mee met een houten bootje samen met een Engelse vrouw die ging duiken. Na een heftige tocht over het water kwamen we aan op de plek en sprongen we wiebelig het water in. Maar het was prachtig, heel veel vissen en een stijle rotswand vol koraal die de diepte in ging. We hebben wel 2 uur kunnen snorkelen en genieten voordat we weer terug gingen naar land. We waren blij dat we er waren en vertrokken snel naar Tembok, onze tweede geboekte resort aan de oostkust van het eiland. Dit bleek nog een hele tocht te zijn en rond 20.00 kwamen we pas aan bij het resort. Hier wachtte een vakantiehuisje ons op, compleet met open badkamer en een prachtig hemelbed. Volgens ons waren we de enige klanten want met avondeten stonden ze met zijn zessen om ons tafeltje heen om ons te bedienen. Wat heerlijk om even zo verwend te worden. De volgende ochtend genoten we van ons ontbijt aan onze privétafel praktisch aan het strand.
De volgende dag reden we naar Ubud via een van de mooiste routes die we zouden gaan rijden. We reden over bergen, door prachtige rijstvelden die werkelijk adembenemend mooi waren. Toen we op een van die bergen reden hield echter plotseling de scooter op en beseften we al gauw dat we zonder benzine zaten. We waren al bang dat het een keer zou gebeuren want het benzinemetertje was al sinds dag 1 kapot. Gelukkig konden we nog de berg afrollen, nagekeken door alle Balinezen, door zo de dichts bijzijnde benzine te bereiken. Nee, geen benzinestation. De benzine wordt verkocht bij allerlei soorten winkels, huizen of gewoon aan de straat in flessen. Van wodka tot frisdrankflessen! Gauw konden we de toch weer vervolgen en in de middag kwamen we aan in Ubud welke centraal gelegen is en het centrum scheen te zijn voor de kunst die allemaal met de hand vervaardigd word. Het was een hele drukke en levendige stad vol kunstwinkeltjes en eettentjes. Gauw hadden we onze homestay gevonden waar we de komende 5 nachten zouden blijven. Hier kregen we een apart ‘huisje' met een slaap en badkamer en een verandah waar je heerlijk kon zitten. Dit allemaal in de achtertuin van een Balinese familie. Elke avond stond er verse thee voor ons klaar en het ontbijt was elke dag heerlijk en overvloedig met vers fruit!
Die dag besloten we te voet Ubud in te gaan om wat plaatselijke tempels te verkennen en zijn we ook bij het Monkey Forest geweest. Dit is een plek midden in Ubud en in het regenwoud met verschillende tempels en apen, heel veel apen. Bij het eerste aapje dachten we nog; ohh schattig, maar al gauw hadden we door dat de waarschuwingen die we overal zagen niets voor niets waren. We werden grijnzend en gemeen aangekeken en al gauw werd Patty beroofd van haar flesje limonade! Snel liepen we door en kwamen we tot de conclusie dat apen en de tempels niet echt aan ons besteed zijn. Dit komt er vooral door dat de tempels over het algemeen erg vervallen zijn en er een groot gebrek is aan uitleg over de tempel. Ook kun je vaak vanaf buitenaf al de gehele tempel zien welke niet overdekt is en klein van oppervlak zijn. Het was zeker wel interessant om te zien, vooral omdat ze toch erg veel gebruikt werden. Elke ochtend werden er nog trouw offers gelegd en de Balinezen trekken dan hun mooiste kleding aan. Er zijn veel plekken waar je niet naar binnen mag als Westerling en ook in de algemene plekken zijn er veel regels. Zo stond er bij 1 tempel een bord dat de toegang verbood aan mensen die onder andere menstrueerden of ‘gek' waren. Gelukkig werden wij wel toegelaten!
De resterende dagen hebben we veel rondgereden door allerlei soorten dorpjes, wegen, rijstvelden, stranden... tot we pijn in onze konten kregen en de scooter bijna niet meer opkwamen. We hebben dan op de een na laatste dag ook nog een massage en gezichtsbehandeling geboekt, welke echt heerlijk en ontspannend was.
We vulden de dagen met rijden en lekker eten wat overal erg goedkoop was. Totdat helaas de laatste dag alweer was aangebroken. We reden naar Denpasar, de hoofdstad van Bali. Hier was het zo mogelijk nog drukker dan anders en na heel wat gezoek konden we eindelijk Uluwatu vinden. Dit was een surfersparadijs met meters hoge golven. Via een hele steile trap kon je het strand bereiken wat omringd was door prachtige rotsen. Zwemmen was helaas niet mogelijk door de te sterke stroming, maar poodje baden hielp ook wel tegen de hitte en we konden heerlijk relaxen op dit paradijselijke plekje. Op de terugweg wouden we nog een keer genieten van de luxe van een café voordat we naar het vliegveld zouden gaan. We lazen al een bord met ‘ het biertje is ijskoud' en de eigenaar bleek een aardig woordje Nederlands te kunnen. Met een biertje voor Patty en een bananenmilkshake voor Annelies genoten we van onze laatste luxe toen er een Nederlandse cd werd opgezet! Guus Meeuwis(Kdenge deng) kwam langs totdat....... Normaal uit de luidsprekers kwam met hun beroemde nummer Oerend Hard! Annelies besloot uit volle borst mee te zingen en Patty kroop zowat onder de tafel. Dat was toch wel een grappig moment, aan de andere kant van de wereld in een wereld die zo anders was dan de onze met Normaal op de achtergrond..
Maar voordat we het wisten zaten we alweer in het vliegtuig terug naar Darwin waar we na een slaapverwekkende tocht om 3.00 's nachts aankwamen.
Reacties
Reacties
Leuk om te lezen dat jullie het naar jullie zin gehad hebben en leuk dat tempel/aap verhaal haha. Echt iets voor jullie.
X
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}